LEESMIJ.TXT

OPMERKINGEN OVER MS-DOS 6.22
============================

Dit bestand bevat belangrijke informatie die niet in het
Microsoft MS-DOS Handboek of in de MS-DOS Help is
opgenomen.

Dit bestand is onderverdeeld in de volgende secties:

1. Setup
2. MemMaker, EMM386 en geheugenbeheer
3. Windows
4. Compatibiliteit van apparatuur met MS-DOS 6.22
5. Microsoft-programma's Backup, Defrag en Anti-Virus
6. Programma's van andere leveranciers
7. DriveSpace

Als het onderwerp waarover u informatie wilt hebben niet in
dit bestand voorkomt, kunt u het misschien vinden in een van
de volgende tekstbestanden die bij MS-DOS worden geleverd:

* OS2.TXT, waarin wordt beschreven hoe u gegevens kunt verwijderen
  en opslaan wanneer u OS/2 vervangt door MS-DOS 6.22.

* NETWORKS.TXT, waarin wordt beschreven hoe u uw netwerkprogrammatuur
  moet bijwerken wanneer u overgaat op MS-DOS 6.22.

* COUNTRY.TXT, waarin u informatie vindt over de verbeterde 
  ondersteuning in MS-DOS 6.22 voor internationale toetsenborden 
  en codetabellen (tekenset).
  
Als u informatie wilt over nieuwe voorzieningen, typt u 
HELP WHATSNEW achter de opdrachtaanwijzing.

In dit bestand komen de volgende onderwerpen aan de orde:

1. Setup
   1.1  U hebt bestanden verwijderd in de directory die Setup nodig
	heeft voor de installatie van de optionele Windows-programma's
   1.2  Wijzigingen in de ondersteuning voor internationale 
	toetsenborden en tekensets.
2. MemMaker, EMM386 en geheugenbeheer
   2.1  Intel-stuurprogramma voor expanded memory (EMM.SYS)
   2.2  MemMaker uitvoeren op een computer met PC-NFS
   2.3  U hebt een Super-VGA-beeldscherm en wilt geheugen besparen
   2.4  MemMaker gebruiken met IBM LAN
   2.5  MemMaker en Adaptec SCSI-apparatuur
   2.6  MemMaker gebruiken op een computer met PC Tools of RAMBoost
   2.7  EMM386 vindt een fout in een toepassing
   2.8  MemMaker controleert het upper memory niet langer standaard grondig
3. Windows
   3.1  Uw computer gebruikt een permanent wisselbestand van Windows 3.0
   3.2  Gecomprimeerde diskettes gebruiken met Windows Bestandsbeheer
4. Compatibiliteit van apparatuur met MS-DOS 6.22
   4.1 Hardcard
5. Microsoft-programma's Backup, Defrag en Anti-Virus
   5.1  Microsoft Anti-Virus
   5.2  Microsoft Backup voor MS-DOS onder Windows uitvoeren
   5.3  Backup voor Windows stopt na de compatibiliteitstest
   5.4  Microsoft Backup uitvoeren met TI4000 en Gateway NOMAD-computers
   5.5  MS-DOS 6.22 Backup kan geen reservekopien terugzetten die zijn
	gemaakt met Backup 6 of 6.2
   5.6  Microsoft Defragmenter
6. Programma's van andere leveranciers
   6.1  4DOS en NDOS
   6.2  Installatieprogramma's van Above Board 286 en Above Board Plus
   6.3  CodeView
   6.4  Colorado Tape Backup
   6.5  Fastback Plus
   6.6  Norton Desktop voor Windows 2.0
   6.7  Norton Utilities
   6.8  PC Tools
   6.9  QEMM Stealth DoubleSpace
   6.10 Johnson Computer Systems PC-Vault en PC-Vault Plus
   6.11 AddStor DoubleTools
7. DriveSpace
   7.1  DoubleSpace-stations converteren naar DriveSpace
   7.2  Het XDrive-schijfcompressieprogramma converteren naar DriveSpace
   7.3  Programmatuur van Stacker 3.1 converteren naar DriveSpace
   7.4  Andere schijfcompressieprogramma's converteren naar DriveSpace
   7.5  DriveSpace Setup geeft aan dat er op uw computer een niet-compatibel 
	programma voor schijf-caching wordt uitgevoerd
   7.6  De schijfruimte in het gecomprimeerde station raakt vol
   7.7  De schijfruimte in het niet-gecomprimeerde station (host-station)
	raakt vol
   7.8  DriveSpace heeft niet alle bestanden gecomprimeerd, omdat
	de schijfruimte in het station vol raakte
   7.9  Windows geeft het volgende bericht weer: "Het permanente
	wisselbestand is beschadigd"
   7.10 EXTDISK.SYS geeft een waarschuwing weer over stationsaanduidingen
   7.11 U hebt een speciaal stuurprogramma nodig voor het opstartstation
   7.12 Het defragmenteren van niet-gecomprimeerde stations na het wijzigen
	van bestandskenmerken
   7.13 Bestanden die niet door DriveSpace kunnen worden gecomprimeerd
   7.14 Er is te weinig geheugen voor Microsoft Defragmenter terwijl u een  
	station aan het comprimeren bent
   7.15 DriveSpace en PC-Vault
   7.16 Maximale omvang van een gecomprimeerd station
   7.17 DriveSpace kan een station niet koppelen door problemen met 
	het station
   7.18 DriveSpace voltooit de installatieprocedure, maar u kunt geen 
	toegang krijgen tot de Hardcard
   7.19 U krijgt een waarschuwingsbericht van DoubleGuard
   7.20 Een gecomprimeerd station is te gefragmenteerd om te worden gekoppeld
   7.21 DriveSpace beeldt het bericht "Uw computer is gestart met een
	incompatibele versie van DRVSPACE.BIN" af 
   7.22 De opdracht DRVSPACE gebruiken na DRVSPACE.BIN overgeslagen te hebben
   7.23 De schrijfbescherming verwijderen van een gecomprimeerde diskette
   7.24 Automatisch koppelen en Norton Disk Cache
   7.25 Terugzetprogramma's en DriveSpace
   7.26 Een noodopstartdiskette maken voor Dirvespace-systemen
   7.27 Als Scandisk een DriveSpace-volumebestand niet kan controleren of 
	herstellen

1. SETUP
========

1.1 U hebt bestanden verwijderd uit de directory die Setup nodig
    heeft voor de installatie van optionele Windows-programma's
---------------------------------------------------------------
Als u BUSETUP /E achter de DOS-aanwijzing hebt getypt, het 
bericht "Setup heeft de bestanden voor de opgegeven 
directory niet gevonden" wordt weergegeven en u denkt dat u
de bestanden van de vaste schijf hebt verwijderd, moet u Setup
diskette 1 in station A: of B: plaatsen en Setup starten door 
A:SETUP /E of B:SETUP /E te typen achter de DOS-aanwijzing.

1.2  Wijzigingen in de ondersteuning voor internationale 
     toetsenborden en tekensets
---------------------------------------------------------------

MS-DOS 6.22 bevat nieuwe bestanden met codetabelinformatie, 
EGA2.CPI, EGA3.CPI en ISO.CPI, en een nieuw bestand
KEYBRD2.SYS, waarin u extra toetsenborden kunt vinden.  
MS-DOS 6.22 bevat tevens nieuwe landeninstellingen in COUNTRY.SYS.

Zie voor nadere informatie over de verbeterde ondersteuning voor
internationale toetsenborden en codetabellen (tekensets) het bestand
COUNTRY.TXT, dat zich bevindt in de directory met uw 
MS-DOS-bestanden.


2. MEMMAKER, EMM386 EN GEHEUGENBEHEER
=====================================

2.1 Intel-stuurprogramma voor expanded memory (EMM.SYS)
-------------------------------------------------------
Als u het stuurprogramma EMM.SYS van Intel met Above Board
gebruikt en u hebt een ISA-systeem, gebruik dan EMM.SYS versie 4.0
revisie E. Gebruik EMM.SYS versie 4.0 revisie D als u een MCA of
ander systeem hebt. U kunt contact opnemen met Intel voor een gratis 
nieuwe versie.

2.2 MemMaker uitvoeren op een computer met PC-NFS
-------------------------------------------------
Als u PC-NFS netwerkprogrammatuur gebruikt, voert u de volgende
procedure uit voordat u MemMaker start:

1. Open het bestand MEMMAKER.INF met een tekstbewerkingsprogramma.
   Dit bestand staat in de directory met MS-DOS-bestanden.

2. Voeg de volgende regel toe aan het bestand:

   *NET

3. Sla het bestand op en voer vervolgens MemMaker uit.

2.3 U hebt een Super-VGA-beeldscherm en wilt geheugen besparen
---------------------------------------------------------------
Als u Microsoft Windows uitvoert op een 80386-computer met extended 
memory en een Super-VGA-beeldscherm, kunt u het bestand MONOUMB.368
gebruiken, samen met MemMaker, om conventioneel geheugen te besparen
voor het uitvoeren van programma's.

Geheugen besparen met een Super-VGA-beeldscherm:

1. Open het Windows-bestand SYSTEM.INI en zoek de sectie [386Enh].

2. Voeg een DEVICE-opdracht toe voor het bestand MONOUMB.386 dat zich
   in de MS-DOS-directory bevindt. Als uw MS-DOS-bestanden zich
   bijvoorbeeld in C:\DOS bevinden, voegt u de volgende regel toe aan deze
   sectie:

   DEVICE=C:\DOS\MONOUMB.386

3. Sla het bestand op en start de computer opnieuw.
   
4. Start vervolgens MemMaker door MEMMAKER achter de
   DOS-aanwijzing te typen.

5. Kies Aangepaste Setup. Bij het scherm Geavanceerde opties,
   antwoordt u Ja op de vraag "Monochrome-gebied (B000-B7FF)
   gebruiken voor het uitvoeren van programma's?".
   
   Volg de instructies op het scherm.

2.4 MemMaker gebruiken met IBM LAN
----------------------------------
Voordat u MemMaker start, is het wellicht nodig parameters aan te passen
die voor het programma DXMC0MOD.SYS, het stuurprogramma voor IBM LAN, 
zijn opgegeven. In het bestand CONFIG.SYS controleert u of de DEVICE-opdracht
die DXMC0MOD.SYS laadt, een van de volgende zaken bevat: 

o De eerste drie parameters, zoals in het volgende voorbeeld:

  DEVICE=C:\DXMC0MOD.SYS 400000000001,D800,1

o Geen parameters, zoals in het volgende voorbeeld:
 
  DEVICE=C:\DXMC0MOD.SYS

o Enkele parameters en zoveel komma's dat de eerste drie parameters zijn
  ingevuld, zoals in het volgende voorbeeld:

  DEVICE=C:\DXMC0MOD.SYS 400000000001,,

2.5 MemMaker en Adaptec SCSI-apparatuur
---------------------------------------
MemMaker is compatibel met Adaptec SCSI-apparatuur. Als u echter het
stuurprogramma ASPI4DOS.SYS gebruikt ter ondersteuning van uw SCSI-
apparatuur, sluit MemMaker dit stuurprogramma standaard uit van het
optimaliseringsproces. Als u de SCSI-apparatuur niet als opstartstation
gebruikt, kunt u het stuurprogramma ASPI4DOS.SYS aan het optimaliserings-
proces toevoegen. Verwijder hiervoor het gegeven ^ASPI4DOS uit het bestand
MEMMAKER.INF en start MemMaker.

2.6 MemMaker gebruiken op een computer met PC Tools of PC-DOS RAMBoost
----------------------------------------------------------------------
U kunt MemMaker of RAMBoost gebruiken met MS-DOS, maar niet
allebei tegelijk. MemMaker verhindert dat RAMBoost wordt geladen, maar
het verwijdert niet de opdracht DEVICE= van RAMBoost uit het bestand 
CONFIG.SYS.

2.7 EMM386 vindt een fout in een toepassing
---------------------------------------------
Als EMM386 een bericht afbeeldt als "EMM386 heeft fout 12 ontdekt in 
een toepassing", heeft de processor een exception-fout gemeld aan EMM386. 
In het algemeen treedt een exception-fout op als een toepassing de processor 
een instructie doorgeeft onder ongeldige of onverwachte omstandigheden. 
In de meeste gevallen hebben deze fouten betrekking op een bepaald programma. 
Als er een fout wordt gemeld die niet optreedt bij een bepaalde toepassing, 
kan deze fout worden veroorzaakt door een stuurprogramma of een 
geheugenresidentprogramma. 

U kunt deze fouten als volgt verhelpen:

  o  Probeer het desbetreffende programma te identificeren, 
     bijvoorbeeld door na te gaan of de fout optreedt als het programma 
     niet actief is. 
     Als u vermoedt dat de fout bij een geheugenresident programma
     of een stuurprogramma ligt, kunt u het desbetreffende programma
     overslaan als de computer wordt gestart. 

  o  U kunt EMM386 uitschakelen. Als de fout bij een bepaalde 
     toepassing ligt, is het mogelijk dat dit programma een foutmelding
     genereert als u EMM386 uitschakelt. Ook kan de geheugenconfiguratie
     zodanig worden gewijzigd als u EMM386 uitschakelt, dat de fout
     niet langer optreedt. 

  o  Probeer de volgorde te wijzigen waarin stuurprogramma's en 
     geheugenresidente programma's worden geladen. Dit kan helpen
     omdat bepaalde fouten alleen optreden onder bepaalde omstandigheden.

  o  Als fout 12 optreedt, wordt er een stack op de verkeerde manier
     gebruikt. U kunt proberen de volgende opdracht toe te voegen aan
     het bestand CONFIG.SYS:

	STACKS=18,512

  o  Als fout 13 optreedt, is het mogelijk dat het programma probeert 
     de protected-modus te gebruiken zonder met EMM386 samen te
     werken. Wellicht moet u proberen een versie van het programma te
     krijgen die voldoet aan VCPI. U kunt ook zorgen dat EMM386 
     niet wordt geladen als u deze toepassing gebruikt. 

2.8  MemMaker controleert het upper memory niet langer standaard grondig
------------------------------------------------------------------------
Standaard wordt het upper memory niet grondig gecontroleerd door de
MS-DOS 6.22 versie van MemMaker. De MemMaker optie "Het upper memory
gebied grondig controleren?" is ingesteld op Nee, en MemMaker beperkt zich
in het zoeken naar beschikbare UMB's tot de geheugenadressen C600 tot
en met EFFF. Dit in tegenstelling tot de MS-DOS 6 versie van MemMaker,
die het upper memory standaard grondig controleerde: behalve dat
MemMaker het geheugen controleerde in het bereik C600-EFFF, controleerde
het ook de adressen in het bereik F000 tot en met F7FF.

Om meer geheugen beschikbaar te maken voor het uitvoeren van programma's,
voert u MemMaker in Standaard modus uit en wijzigt u de optie "Het upper
memory gebied grondig controleren?" in Ja. (N.B. op sommige computers
kan het plaatsen van UMB's in dit bereik, tot gevolg hebben dat de computer
niet juist start.)

Opmerking: Als u MemMaker als laatste uitvoert met de optie
	   "Het upper memory gebied grondig controleren?"
	   ingesteld op Ja, blijft de optie ingesteld op Ja
	   als u MemMaker later opnieuw uitvoert.

3. WINDOWS
==========

3.1 Uw computer gebruikt een permanent wisselbestand van Windows 3.0
--------------------------------------------------------------------
Als uw computer een permanent wisselbestand van Windows 3.0 gebruikt,
moet u het programma SPATCH.BAT uitvoeren om het wisselbestand
compatibel te maken met MS-DOS 6.2. Hiertoe moet u de volgende
procedure uitvoeren:

1. Kopieer het bestand SPATCH.BAT naar de vaste schijf. 
   De lokatie van het bestand op de Setup-diskettes vindt u in
   het bestand PACKING.LST op Setup-diskette 1.

2. Typ het volgende achter de DOS-aanwijzing:

   SPATCH [STATION]:[PAD]SWAPFILE.EXE

   Geef voor de parameters station en pad de lokatie op van het
   bestand SWAPFILE.EXE.

3. Volg de instructies op het scherm op.

   Het programma past het bestand SWAPFILE.EXE aan voor gebruik
   met MS-DOS 6.2 en maakt een reservekopie onder de naam SWAPFILE.SAV.
   Nadat u hebt gecontroleerd of het bestand goed werkt, kunt u het
   bestand SWAPFILE.SAV verwijderen.

3.2 Gecomprimeerde diskettes gebruiken met Windows Bestandsbeheer
-----------------------------------------------------------------
Wanneer u gecomprimeerde diskettes gebruikt met Automatisch koppelen
ingeschakeld, kunt u wellicht foutberichten of andere problemen tegen
komen tijdens het gebruik van Bestandsbeheer. Druk tweemaal op F5
om langs deze problemen heen te werken.

Als u bijvoorbeeld van een gecomprimeerde diskette overgaat op een
ongecomprimeerde diskette, blijft de stationsknop van het host-station
van de gecomprimeerde diskette aanwezig totdat u tweemaal op F5 drukt.

4. COMPATIBILITEIT VAN APPARATUUR MET MS-DOS
============================================

4.1 Hardcard
------------
Als op uw systeem een upgrade van MS-DOS 6 of 6.2 is uitgevoerd, 
het Hardcard-station wordt gebruikt als opstartstation en u op 
dit station DoubleSpace wilt gebruiken, zie sectie 7.18.
Hieronder vindt u aanvullende informate over Hardcard:

a) Hardcard II

   Als u uw Plus Development Hardcard II of Hardcard II XL
   niet kunt gebruiken met EMM386.EXE, moet u de schakeloptie
   EXCLUDE (X=) opgeven om te voorkomen dat EMM386 conflicten
   geeft met het BIOS-adres van de kaart.
   
   Voor de configuratie van EM386 dient u MemMaker te starten.

b) Hardcard 40 of Passport
   
   Als u een Hardcard 40 of een verwisselbare schijf van
   Passport gebruikt en een DEVICE-opdracht voor PLUSDRV.SYS
   in het bestand CONFIG.SYS hebt opgenomen, moet u de DEVICE-
   opdracht voor PLUSDRV.SYS uitschakelen of de regel uit het
   bestand CONFIG.SYS verwijderen. Voer vervolgens MS-DOS 6.22 Setup uit.
   Schakel de DEVICE-opdracht voor PLUSDRV.SYS in het bestand
   CONFIG.SYS weer in. Zet de opdracht op de laatste regel in
   het bestand.

c) Als op uw systeem een upgrade is uitgevoerd van MS-DOS 6 of 6.2, 
   DoubleSpace is genstalleerd op de Hardcard en u geen toegang 
   kunt krijgen tot de zojuist gecomprimeerde schijf, 
   kunt u het volgende proberen:

   1) Voeg de opdracht DRVSPACE /MOUNT toe aan het bestand 
      AUTOEXEC.BAT. Het gecomprimeerde volumebestand wordt dan
      altijd gekoppeld als u de computer start. 

   2) U kunt ook zorgen dat er ten minste n stuurprogramma (bijvoorbeeld
      ANSI.SYS) wordt geladen in het bestand CONFIG.SYS na het stuurprogramma
      ATDOSXL.SYS maar voor het stuurprogramma DRVSPACE.SYS. 

5. MICROSOFT-PROGRAMMA'S BACKUP, DEFRAG en ANTI-VIRUS
=====================================================

5.1 Microsoft Anti-Virus
------------------------
Controleer eerst of u een reservekopie hebt, voordat u een programma-
bestand gaat ontdoen van virussen. Als u een programmabestand ontdoet
van virussen en het programma blijkt beschadigd te zijn, moet u het programma
opnieuw installeren. Als Anti-Virus opnieuw een virus aantreft, kan dit een
fout zijn. Neem in een dergelijk geval contact op met de leverancier van uw
programmatuur voor een bijgewerkte versie van het programma.

5.2 Microsoft Backup voor MS-DOS onder Windows uitvoeren
--------------------------------------------------------
U kunt Backup voor MS-DOS beter niet onder Windows uitvoeren. Gebruik
liever Backup voor windows (reservekopien die zijn gemaakt met
Backup voor Windows kunnen worden teruggezet met Backup voor MS-DOS).
Zie de sectie "De programma's Anti-Virus, Backup en Undelete na 
Setup installeren" in het hoofdstuk "Introductie" van het Microsoft
MS-DOS Handboek, als u Backup voor nog niet hebt genstalleerd.

5.3 Backup voor Windows stopt na de compatibiliteitstest
--------------------------------------------------------
Als Backup voor Windows na de compatibiliteitstest stopt, 
wordt er waarschijnlijk een incompatibel programma voor 
reservekopien van een andere leverancier in het bestand
SYSTEM.INI geladen.
Volg de volgende procedure om dit probleem op te lossen.

OPMERKING  Door deze procedure wordt het incompatibele 
      programma voor reservekopien uitgeschakeld.

1. Open het bestand SYSTEM.INI en zoek de sectie [386Enh].

2. Ga na of in deze sectie een van de volgende regels staat:

   DEVICE=FASTBACK.386
   DEVICE=VFD.386
   DEVICE=CPBVXD.386
   DEVICE=VIRWT.386

3. Als u een van deze regels aantreft, zet u een puntkomma (;) voor
   de regel.

4. Sla het bestand op, start Windows opnieuw en voer Backup voor Windows
   opnieuw uit.

5.4 Microsoft Backup uitvoeren met TI4000 en Gateway NOMAD-computers
--------------------------------------------------------------------
Om een conflict te voorkomen tussen de Turbo-voorziening en Microsoft Backup
voor Windows of MS-DOS, voegt u de schakeloptie /L0 toe aan de DEVICE-
opdracht in het bestand CONFIG.SYS waardoor het bestand BATTERY.PRO
wordt geladen. U kunt ook SETPOWER /L0 achter de DOS-aanwijzing 
typen voordat u Microsoft Backup uitvoert.

5.5 MS-DOS 6.22 gebruiken voor het terugzetten van reservekopien
    die zijn gemaakt met MS-DOS 6 of 6.2 
-----------------------------------------------------------------
Net als in eerdere versies van MS-DOS Backup, wordt ook door
de Backup-programma's die zijn geleverd bij MS-DOS versie 6.22  
ondersteuning geboden voor gegevenscompressie bij het maken van 
reservekopien. MS-DOS 6.22 Backup gebruikt echter een andere 
compressie-indeling.

Reservekopien die zijn gemaakt met MS-DOS 6 of 6.2 Backup kunnen
daarom niet worden teruggezet met MS-DOS Backup voor Windows 6.22
(MWBACKUP.EXE). Om deze reservekopien terug te zetten, gebruikt
u of de versie van Backup waarmee deze kopien zijn gemaakt, of 
MS-DOS 6.22 Backup voor MS-DOS (MSBACKUP.EXE). 

Eerder gecomprimeerde reservekopien kunnen alleen worden 
teruggezet met MS-DOS 6.22 Backup voor MS-DOS (MSBACKUP.EXE) als
uw systeem DoubleSpace gebruikt (d.w.z., als DBLSPACE.BIN in het 
geheugen is geladen). Is dit niet het geval, dan kunt u 
reservekopien alleen terugzetten met de versie van Backup waarmee 
ze zijn gemaakt.

U kunt zowel MSBACKUP.EXE als MWBACKUP.EXE gebruiken om 
reservekopien die zonder gegevenscompressie zijn gemaakt 
in versie 6 of 6.2, terug te zetten. Als u de optie 
Reservekopiegegevens comprimeren in het dialoogvenster     
Reservekopie-opties uitschakelt voordat u een reservekopie
maakt, zou het herstellen van de gegevens met de Backup-
programma's van MS-DOS versie 6.22 geen problemen op moeten 
leveren.

Een vorige versie van Microsoft Backup herstellen
-------------------------------------------------
Als u MS-DOS 6.22 Setup uitvoert, wordt de 6.22 versie van 
de Backup-programma's genstalleerd. In het volgende gedeelte
wordt beschreven hoe u de MS-DOS 6 of 6.2 versie van Backup voor
MS-DOS opnieuw kunt installeren. Welke procedure u moet gebruiken
hangt af van het formaat van de MS-DOS 6 of 6.2 diskettes die 
u gebruikt. (Bij de opdrachten in deze procedures is ervan uitgegaan 
dat de Setup-diskettes zich in station A bevinden en uw MS-DOS-
bestanden in de directory C:\DOS; pas de opdrachten aan als de 
diskettes of de MS-DOS-bestanden zich in een ander station of in een
andere directory bevinden.) 

Als u MS-DOS 6.2 diskettes (1,2 MB of 1,44) of 1,2 MB
MS-DOS 6 diskettes gebruikt:

1. Plaats Setup diskette 1 in station A.

2. Typ de volgende opdrachten

   COPY A:*.OVL C:\DOS
   EXPAND A:MSBACKUP.EXE C:\DOS
   EXPAND A:MSBACKUP.HLP C:\DOS
   EXPAND A:MSBCONFG.HLP C:\DOS

Als u 1,44 MB MS-DOS 6 diskettes gebruikt:

1. Plaats Setup diskette 2 in station A.

2. Typ de volgende opdrachten:
   
   EXPAND A:MSBACKUP.EXE C:\DOS
   COPY A:*.OVL C:\DOS

3. Plaats Setup diskette 3 in station A.

4. Typ de volgende opdrachten:

   COPY A:*.OVL C:\DOS
   EXPAND A:MSBACKUP.HLP C:\DOS
   EXPAND A:MSBCONFG.HLP C:\DOS

   Met deze opdrachten kopieert u de Backup-bestanden van 
   station A naar de directory C:\DOS. Als Setup diskette 1 
   zich in station B bevindt of als de MS-DOS-bestanden in een
   andere directory staan dan C:\DOS, moet u de opdrachten 
   aanpassen.

5.6 Microsoft Defragmenter
--------------------------
Als u Defragmenter uitvoert en MS-DOS aangeeft dat er
onvoldoende geheugen is, gebruikt u de opdracht MEM om te bepalen
hoeveel conventioneel geheugen, upper memory en extended memory (XMS)
beschikbaar is. Defragmenter gebruikt niet alleen al het beschikbare
conventionele geheugen, maar het kan ook nog maximaal 384 kB
extended memory en 12 kB upper memory gebruiken. 

U kunt de beschikbare hoeveelheid geheugen vergroten door de procedures uit 
te voeren in "Een MS-DOS-programma geeft een bericht weer over onvoldoende
geheugen" in het hoofdstuk "Problemen vaststellen en oplossen"
van het Microsoft MS-DOS Handboek. 

Als er minder dan 384 kB extended memory beschikbaar is, voert u de procedures
uit in "Extended Memory vrijmaken" in het hoofdstuk "Meer geheugen beschikbaar
maken" van het Microsoft MS-DOS Handboek.


6. PROGRAMMA'S VAN ANDERE LEVERANCIERS
======================================

6.1 4DOS en NDOS
----------------
4DOS en NDOS zijn compatibel met MS-DOS 6. Om echter gebruik te maken van
sommige nieuwe functies van MS-DOS 6.22 (zoals bijvoorbeeld MemMaker, de
schakeloptie /L van LOADHIGH, DIR-comprimeringsschakelopties en de
mogelijkheid om opstartopdrachten over te slaan) moet u contact 
opnemen met JP Software voor een exemplaar van 4DOS 4.02 of hoger,
of met Symantec voor een exemplaar van Norton Utilities 7.0 of hoger.  

Als u meerdere configuraties gebruikt, voeren 4DOS en NDOS het bestand
AUTOEXEC.BAT alleen automatisch uit als u de optie /P toevoegt aan de
regel SHELL in het bestand CONFIG.SYS.

Als u de MS-DOS 6.22 Help wilt gebruiken in plaats van de 4DOS of
NDOS Help, start u deze met de opdracht COMMAND /C HELP, of 
specificeert u een 4DOS- of NDOS-alias om HELP.COM vanuit de 
MS-DOS 6.2 directory uit te voeren.

6.2 Installatieprogramma's van Above Board 286 en Above Board Plus
------------------------------------------------------------------
Gebruik installatieprogramma's van Above Board van
vr mei 1989 alleen als u programmatuur hebt uitgeschakeld 
die gebruik maakt van extended memory, zoals SMARTDrive 
of RAMDrive. Als u dergelijke programmatuur niet uitschakelt,
kunnen gegevens verloren gaan. Nadat u Above Board hebt 
genstalleerd kunt u deze programma's weer inschakelen.

6.3 CodeView
------------
LET OP: Het gebruik van de versies 3.0 tot en met 3.13 van
het CodeView-bestand CV.EXE kan gegevensverlies veroorzaken
als uw systeem een 80386-geheugenbeheerprogramma heeft (zoals
EMM386.EXE) en als er (stuur)programma's worden uitgevoerd die
extended memory gebruiken. Typ CV.EXE achter de opdrachtaanwijzing
om te bepalen welke versie u hebt.

6.4 Colorado Tape Backup
------------------------
Als er een bericht verschijnt dat vermeldt dat u twee versies van
het bestand VFINTD.386 hebt geladen, moet u het bestand SYSTEM.INI
wijzigen. Voer hiertoe de volgende procedure uit:

1. Open het bestand SYSTEM.INI en ga naar de sectie [386Enh].
   U moet dan twee regels zien die er ongeveer als volgt uit zien:

   DEVICE=C:\TAPE\CMSDTAPE.386
   DEVICE=C:\DOS\VFINTD.386

2. Als u het reservekopieprogramma Colorado Tape wilt gebruiken,
   voegt u een puntkomma (;) toe voor de DEVICE-opdracht van het
   bestand VFINTD.386. Wilt u Microsoft Backup gebruiken, voeg dan
   een puntkomma toe voor de DEVICE-opdracht van het bestand
   CMSDTAPE.386.

3. Sla het bestand op en start Windows opnieuw.

6.5 Fastback Plus
-----------------
Als u versie 3.0 of eerder gebruikt van Fifth Generation Systems
Fastback Plus, moet u de opdracht LOADFIX gebruiken
voordat u Fastback of het installatieprogramma van Fastback
uitvoert. Dit om te voorkomen dat er gegevens verloren gaan.
Typ hiervoor het volgende achter de opdrachtaanwijzing:

LOADFIX FB.EXE

of

LOADFIX FBINSTAL.EXE

6.6 Norton Desktop voor Windows 2.0
----------------------------------
Setup wijzigt Norton Desktop voor Windows door een tweede menu
Extra toe te voegen met de opdrachten voor Microsoft Backup en Anti-Virus
(als u deze Windows-programma's hebt genstalleerd) en een
opdracht Compressie Info (als DoubleSpace of DriveSpace is 
genstalleerd).

Als u het station comprimeert dat SmartCan bevat, ondervindt u 
wellicht achteraf systeemproblemen. Installeer Norton Desktop voor 
Windows opnieuw om dit op te lossen.

Voor informatie over het gebruik van Norton AntiVirus in combinatie
met DoubleSpace of DriveSpace, zie het volgende gedeelte.

6.7 Norton Utilities
--------------------
Versies 8.0 of eerder van Norton Speed Disk en Norton Disk Doctor kunnen 
niet worden uitgevoerd op een DriveSpace-station. Neem contact op met uw 
leverancier voor een bijgewerkte versie van deze hulpprogramma's.

De optie "Ruimte vrijmaken" van Norton Speed Disk (eerder dan versie
7.0) is niet compatibel met DoubleSpace-en DriveSpace-stations. 
Neem contact op met uw leverancier voor een bijgewerkte versie van 
Norton Speed Disk.

Gebruik het hulpprogramma WipeInfo (eerder dan versie 8.0) niet op 
gecomprimeerde stations. Het kan verspreide clusters veroorzaken. 
Mocht u deze optie reeds hebben gebruikt, dan kunt u de verspreide 
clusters herstellen met behulp van de opdracht SCANDISK. 

Als Norton AntiVirus wordt uitgevoerd terwijl u het station comprimeert
dat het bestand NAV_.SYS bevat, blijft er een kopie van dit bestand 
op het host-station aanwezig. Dit voorkomt dat Norton AntiVirus een 
virusinfectie meldt tijdens het comprimeringsproces. Nadat het 
comprimeringsproces is voltooid, kunt u de kopie van NAV_.SYS
veilig verwijderen van het host-station.

Wanneer u de hulpprogramma's Norton Cache of Speedrive gebruikt, moet u
het hulpprogramma laden na de opdracht DEVICE, die DRVSPACE.SYS laadt.
Zie sectie 7.24 voor meer informatie.

6.8 PC Tools
------------
Als PC Shell niet alle bestanden of directory's op uw station weergeeft,
moet u PC Shell meteen afsluiten en contact opnemen met Central Point
Software voor een nieuwe versie.

WAARSCHUWING:  Probeer PC Shell niet op dat station te gebruiken. Hierdoor
	       kan ernstig gegevensverlies onstaan. Dit probleem kan zich
	       zowel op gecomprimeerde als op niet-gecomprimeerde stations
	       voordoen.

Met de optie DISKFIX /SCAN van PC Tools kunnen verspreide clusters
op DoubleSpace- en DriveSpace-stations worden veroorzaakt. Vermijd deze 
optie. (Als u deze optie al hebt gebruikt, kunt u met de opdracht ScanDisk 
de verloren gegane clusters herstellen.)

De opdracht COMPRESS van PC Tools versie 6.0 en 5.5 is 
incompatibel met DoubleSpace en DriveSpace.

6.9  QEMM Stealth DoubleSpace
-----------------------------
Het Stealth DoubleSpace-onderdeel van QEMM versies 7.03 en 7.04 is 
volledig compatibel met MS-DOS 6.22; deze versies zijn voor alle 
gebruikers van QEMM beschikbaar via online services zoals CompuServe,
BIX en QuarterDeck BBS, en rechtstreeks via QuarterDeck Office Systems.

Het Stealth DoubleSpace-stuurprogramma (ST-DBL.SYS) dat wordt geleverd
bij versie 7.02 is compatibel met DoubleSpace, maar niet met DriveSpace,
DEFRAG.EXE of automatisch gekoppelde gecomprimeerde diskettes. Als u 
QEMM versie 7.02 gebruikt, moet u contact opnemen met n van de hierboven
genoemde online services of met QuarterDeck Office Systems voor een 
bijgewerkte versie van QEMM.

Het Stealth DoubleSpace-stuurprogramma (ST-DBL.SYS) dat wordt geleverd
bij versie 7.01 is niet compatibel met MS-DOS 6.22 (DoubleSpace of
DriveSpace). Zie de volgende sectie als u QEMM versie 7.01 gebruikt 
en als u het systeem niet kunt starten.

Als u onderdeel Stealth DoubleSpace van QEMM versie 7.01 gebruikt
-----------------------------------------------------------------
Onderdeel Stealth DoubleSpace van QEMM 7.01 is niet compatibel met
MS-DOS 6.22. Als uw computer DoubleSpace uitvoert en u gebruikt het 
onderdeel Stealth DoubleSpace van QEMM versie 7.01, kunt u uw 
computer niet juist opstarten.

U kunt dit probleem ontwijken door op F8 te drukken als u uw computer start.
Antwoordt J op alle aanwijzingen behalve de volgende:  

    DEVICE=C:\QEMM\ST-DBL.SYS [J/N]?

Wanneer MS-DOS deze aanwijzing weergeeft, antwoordt u N. (De padnaam voor
ST-DBL.SYS is wellicht anders op uw computer.) Nadat uw computer is gestart, 
bewerkt u het bestand CONFIG.SYS en maakt u de volgende wijzigingen: the

 * Schakel de opdracht DEVICE voor ST-DBL.SYS uit met de opdracht REM.
 
 * Als u DoubleSpace gebruikt, voegt u een opdracht DEVICE voor 
   DBLSPACE.SYS toe. Bijvoorbeeld:

    DEVICE=C:\DOS\DBLSPACE.SYS /MOVE

    (Als u DriveSpace gebruikt, voegt u in plaats hiervan een opdracht 
     DEVICE toe voor DRVSPACE.SYS.)

6.10  Johnson Computer Systems PC-Vault en PC-Vault Plus
---------------------------------------------------------
Wanneer u versie 4.6 of lager van het PC-Vault of PC-Vault Plus
vaste schijf-beschermingssysteem gebruikt system, gebruik dan niet de optie
Maximale opstartbescherming voor diskette als u DoubleSpace of DriveSpace
gebruikt.

In deze versies van PC-Vault en PC-Vault plus, is de optie Maximale
Opstartbescherming voor diskette niet compatibel met DoubleSpace en 
DriveSpace en kan tot gegevensverlies leiden. Als versie van PC-Vault 
of PC-Vault Plus lager is dan 4.6, neem dan contact op met Johnson 
Computer Systems voor een bijwerking.

6.11  AddStor Double Tools 
--------------------------
AddStor's Double Tools versie 1.0 en 1.2 werken alleen DoubleSpace, niet
met DriveSpace.

AddStor's Double Tools versie 1.0 werkt alleen met MS-DOS 6.22 DoubleSpace
als er geen AddStor's enhanced DoubleSpace-stuurprogramma's zijn 
genstalleerd. Wanneer u Double Tools versie 1.0 installeert, schakel dan 
niet het aankruisvakje "Enhanced DoubleSpace-stuurprogramma's installeren" 
in. Als u dat doet, wordt het MS-DOS 6.22 bestand DBLSPACE.BIN vervangen 
met de Double Tools versie van DBLSPACE.BIN, die alleen compatibel is met
MS-DOS 6.0. De volgende keer dat u uw computer start, wordt de melding 
"Onjuist DBLSPACE.BIN versie" weergeven en geen van uw gecomprimeerde 
stations zal worden gekoppeld.

Als u Double Tools versie 1.0 of 1.2 gebruikt en het enhanced DoubleSpace-
stuurprogramma is genstalleerd, kunt u MS-DOS 6.22 Setup niet uitvoeren.
U kunt dit probleem verhelpen door het Double Tools-programma DTCONFIG.EXE
uit te voeren en de optie "Microsoft" (versie 1.0) of "Standard" (versie 1.2)
te kiezen. Sla de wijzigingen op, sluit DTCONFIG af en voer MS-DOS Setup
opnieuw uit.

7. DRIVESPACE
=============
MS-DOS 6.22 bevat DrivSpace-compressieprogrammatuur. DriveSpace lijkt 
enigszins op DoubleSpace, het compressieprogramma van MS-DOS 6 en 6.2.
Het belangrijkste verschil met DoubleSpace is, dat DriveSpace de 
gecomprimeerde gegevens opslaat in een andere indeling.

Opmerking: Als u een upgrade hebt uitgevoerd van MS-DOS 6 of MS-DOS 6.2,
	   kunt u DoubleSpace blijven gebruiken in MS-DOS 6.22. (Als u een
	   upgrade hebt uitgevoerd van MS-DOS 5 of eerder, hebt u geen
	   DoubleSpace op uw systeem).

7.1 DoubleSpace-stations converteren naar DriveSpace
----------------------------------------------------
Als u momenteel DoubleSpace gebruikt, kunt u dit blijven gebruiken met
MS-DOS 6.22. Of u kunt uw systeem en alle DoubleSpace-stations converteren
naar DriveSpace.

OPMERKING  Het decomprimeringsproces kan veel tijd in bestag nemen, vooral 
	   als uw DoubleSpace-stations veel gegevens bevatten. U kunt dit 
	   proces wellicht beter 's nachts uit te voeren.

Voer de volgende procedure uit om uw systeem te converteren van DoubleSpace
naar DriveSpace:

1. Als u dit nog niet hebt gedaan, moet u reservekopien maken van 
   de gegevens op alle DoubleSpace-stations.

2. Voer DoubleSpace ui en kies de opdracht Decomprimeren in het menu Extra.
   Typ J als u wordt gevraagd of het uninstall-programma voor DoubleSpace
   moet worden uitgevoerd.

   DoubleSpace decomprimeert alle gekoppelde DoubleSpace-stations en 
   verwijdert DBLSPACE.BIN (het onderdeel van MS-DOS dat toegang geeft
   tot DoubleSpace-stations) uit het geheugen. 

3. Installeer DriveSpace door DRVSPACE te typen achter de DOS-aanwijzing.

7.2 Het XtraDrive-schijfcompressieprogramma converteren naar DriveSpace
------------------------------------------------------------------------
Als uw computer XtraDrive-schijfcompressie gebruikt, dient
u het bijbehorende uninstall-programma te gebruiken om de compressie
te verwijderen. Vervolgens installeert u DriveSpace.

7.3  Programmatuur van Stacker 3.1 converteren naar DriveSpace
---------------------------------------------------------------
Als uw station is gecomprimeerd met Stacker versie 3.1, voert
u de onderstaande procedure uit om Stacker 3.1 te verwijderen en
DriveSpace te installeren. (Als u programmatuur van Stacker 2.x of 3.0 
gebruikt, moet u de procedure in sectie 7.14 uitvoeren.)

1. Gebruik de Stacker-opdracht UNSTACK op alle Stacker-stations.
   (Als u diskettes hebt die zijn gecomprimeerd met Stacker, moet
   u deze opdracht direct uitvoeren op deze diskettes, of zeker weten
   dat ze zijn geconfigureerd met de voorziening StackerAnywhere.)

2. Schakel over naar de hoofddirectory van de vaste opstartschijf en typ
   de volgende opdrachten:

   ATTRIB -R -H -S STACKER.INI
   ATTRIB -R -H -S DRVSPACE.BIN
   DEL STACKER.INI
   DEL DRVSPACE.BIN
   
3. Start de computer opnieuw.

4. Voer DriveSpace Setup uit door achter de opdrachtaanwijzing
   DRVSPACE te typen.

7.4 Andere schijfcompressieprogramma's converteren naar DriveSpace
-------------------------------------------------------------------
Als u niet Stacker 2.x, 3.0 of 3.1 of XtraDrive gebruikt voor schijfcompressie, 
voert u de volgende procedure uit om de schijfcompressieprogrammatuur te
converteren naar DriveSpace:

1. Installeer MS-DOS 6.22 als u dit nog niet hebt gedaan.

2. Maak met Microsoft Backup voor MS-DOS een reservekopie van de 
   bestanden op de vaste schijf. Als u Backup voor MS-DOS nog niet hebt 
   genstalleerd tijdens Setup, vindt u in het hoofdstuk "Introductie"
   in het Microsoft MS-DOS Handboek aanwijzingen voor het installeren
   ervan.

3. Als uw Setup-diskettes compatibel zijn met station A, plaatst u
   Setup-diskette 1 in station A en start u de computer opnieuw.
   Wanneer het eerste scherm wordt weergegeven, sluit u
   Setup af door tweemaal op F3 te drukken.

   Als uw Setup-diskettes niet compatibel zijn met station A, dient
   u een opstartdiskette voor station A te maken. Plaats hiervoor
   Setup-diskette 1 in station B en een lege diskette in station A.
   Typ vervolgens B:SETUP /F achter de DOS-aanwijzing.

   Als u daarom wordt gevraagd, kiest u de optie om MS-DOS op
   de diskette in station A te installeren. Nadat Setup is voltooid,
   laat u de diskette in station A en start u de computer opnieuw.

4. Formatteer met de opdracht FORMAT het station met het bestand 
   dat alle gecomprimeerde bestanden bevat. Als u niet weet waar
   dit bestand staat, raadpleegt u de documentatie bij het
   schijfcompressieprogramma.
   
   Als u station C opnieuw formatteert, moet u de schakeloptie /S 
   gebruiken om de systeembestanden hiernaar over te brengen.

5. Als u station C hebt geformatteerd, controleert u of Setup-
   diskette 1 in station A of B is geplaatst en typt u A:SETUP
   of B:SETUP achter de opdrachtaanwijzing.

   Volg de instructies op het scherm.

6. Als de installatieprocedure is voltooit, installeert u DriveSpace 
   door DRVSPACE te typen achter de opdrachtaanwijzing.
   Volg de instructies op het scherm.

7. Zet de reservekopien terug met behulp van Backup voor MS-DOS.

   OPMERKING  Als u Microsoft Backup uitvoert, moet u dit programma
   opnieuw configureren. Ook moet u het catalogusbestand van de 
   reservekopiediskettes ophalen. Hiertoe kiest u de knop Catalogus in het
   dialoogvenster Reservekopien terugzetten.
  
7.5 DriveSpace Setup geeft aan dat er op uw computer een
    niet-compatibel programma voor schijf-caching wordt uitgevoerd
------------------------------------------------------------------
Als DriveSpace Setup via een bericht aangeeft dat er op uw
computer een niet-compatibel programma voor schijf-caching
wordt uitgevoerd, opent u het bestand CONFIG.SYS of AUTOEXEC.BAT
en verwijdert u de regel met de DEVICE-opdracht waarmee het programma
voor schijf-caching wordt geladen. Als u een schijf-cache wilt gebruiken,
voegt u aan het bestand AUTOEXEC.BAT een regel toe voor het programma 
SMARTDRV van MS-DOS 6.22. Als de bestanden van MS-DOS bijvoorbeeld 
in de directory C:\DOS staan, voegt u de volgende regel toe:

   C:\DOS\SMARTDRV.EXE

Sluit het tekstbewerkingsprogamma af en start de computer opnieuw. 
Voer DriveSpace opnieuw uit.

7.6 De schijfruimte in het gecomprimeerde station raakt vol
-----------------------------------------------------------
Als de schijfruimte van uw gecomprimeerde station vol raakt, kunt
u met de volgende technieken ruimte vrijmaken in dat station:

o  Het station vergroten

o  De opdrachten DRVSPACE /DEFRAG /F en DRVSPACE /DEFRAG
   op het station uitvoeren.

Deze technieken worden in deze sectie beschreven.

Een gecomprimeerd station vergroten
---------------------------------------
U kunt een gecomprimeerd station vergroten om er meer ruimte op
beschikbaar te maken. Wanneer u een gecomprimeerd station vergroot,
wordt er vrije ruimte van het niet-gecomprimeerde station gebruikt
(het host-station).

U vergroot als volgt een gecomprimeerd station:

1. Start DriveSpace door DRVSPACE achter de DOS-aanwijzing te typen.

2. Selecteer het gecomprimeerde station dat u wilt vergroten en kies
   de opdracht Grootte wijzigen in het menu Station.

   Het dialoogvenster Grootte wijzigen wordt weergegeven. Op de regel
   Nieuwe vrije ruimte kunt u zien hoeveel vrije ruimte het gecomprimeerde
   en het niet-gecomprimeerde station zullen hebben als u OK kiest.
   
3. Geef een kleinere waarde op voor de nieuwe vrije ruimte van het
   niet-gecomprimeerde station. Als u dit getal wijzigt, past DriveSpace
   het getal voor het gecomprimeerde station aan. Als beide waarden 
   naar wens zijn, kiest u OK. 

   DriveSpace vergroot het gecomprimeerde station.

De opdrachten DRVSPACE /DEFRAG /F en DRVSPACE /DEFRAG uitvoeren op het 
gecomprimeerde station
----------------------------------------------------------------------
Soms kunt u extra ruimte vrijmaken op een gecomprimeerd station door
dit station volledig te defragmeteren.

OPMERKING  Het is wellicht een goed idee om de onderstaande procedure
's nachts uit te voeren, aangezien het defragmenteren van grote of slecht
gefragmenteerde stations veel tijd in beslag kan nemen. (Maakt een batch-
bestand dat beide opdrachten in deze procedure bevat, als u het proces
's nachts wilt uitvoeren.)

Volg onderstaande procedure om ruimte vrij te maken door het station twee
maal te defragmenteren:

1. Schakel over naar het gecomprimeerde station.

2. Typ DEFRAG station: /F achter de DOS-aanwijzing

   In deze opdracht staat station: voor het gecomprimeerde station, 
   bijvoorbeeld DEFRAG C: /F. DEFRAG defragmenteerd bestandstoewijzingstabel 
   van het station volledig en vervolgens wordt DRVSPACE /DEFRAG gestart  
   waarmee de vrij ruimte in het gecomprimeerde volumebestand wordt 
   samengevoegd. 
   
3. Wanneer DEFRAG is voltooid, typt u DRVSPACE /DEFRAG /F achter de 
   DOS-aanwijzing.

   DriveSpace voegt de ruimte op het station opnieuw samen om zoveel 
   mogelijk ruimte vrij te maken. 

7.7 De schijfruimte in het niet-gecomprimeerde station
    (host-station) raakt vol
-------------------------------------------------------
Als de schijfruimte in uw niet-gecomprimeerde station (host-station)
vol raakt, kunt u dit station vergroten door een of meer van de
gecomprimeerde stations die erin zijn opgeslagen, te verkleinen.
Hierdoor wordt uiteraard de vrije schijfruimte in het gecomprimeerde
station of de gecomprimeerde stations kleiner.

U vergroot als volgt een niet-gecomprimeerd station (host-station):

1. Start DriveSpace door DRVSPACE achter de DOS-aanwijzing te typen.

2. Selecteer het gecomprimeerde station dat u wilt verkleinen en kies
   de opdracht Grootte wijzigen in het menu Station. (U moet een gecomprimeerd
   station selecteren dat is opgeslagen in het niet-gecomprimeerde station
   dat u wilt vergroten. Typ DRVSPACE /LIST achter de DOS-aanwijzing
   als u wilt zien welke gecomprimeerde stations in dit niet-gecomprimeerde
   station zijn opgeslagen.)

   Het dialoogvenster Grootte wijzigen wordt weergegeven. Op de regel
   Nieuwe vrije ruimte kunt u zien hoeveel vrije ruimte het gecomprimeerde
   en het niet-gecomprimeerde station zullen hebben als u OK kiest.
   
3. Geef een grotere waarde op voor de nieuwe vrije ruimte van het
   niet-gecomprimeerde station. Als u deze waarde wijzigt, past DriveSpace
   de waarde voor het gecomprimeerde station aan. Als beide waarden 
   naar wens zijn, kiest u OK. 

   Het gecomprimeerde station wordt verkleind, waardoor meer ruimte
   vrijkomt voor het bijbehorende niet-gecomprimeerde station. 

7.8 DriveSpace heeft niet alle bestanden gecomprimeerd, omdat
    de schijfruimte in het station vol raakte
---------------------------------------------------------------
Als DriveSpace aangeeft dat een aantal bestanden niet kon
worden gecomprimeerd omdat er onvoldoende schijfruimte beschikbaar
was, voert u de volgende procedure uit:

1. Bepaal welk station het niet-gecomprimeerde station is door
   DRVSPACE /LIST achter de DOS-aanwijzing te typen.

2. Maak met Microsoft Backup reservekopien op diskette van de bestanden
   in het niet-gecomprimeerde station die niet gecomprimeerd konden worden.

3. Verwijder de niet-gecomprimeerde bestanden in het niet-gecomprimeerde
   station.

4. Typ DRVSPACE achter de DOS-aanwijzing.

5. Kies de opdracht Grootte wijzigen in het menu Station.

6. Vergroot het gecomprimeerde station door het niet-gecomprimeerde
   station te verkleinen. Kies OK.

7. Kies de opdracht Afsluiten in het menu Station. Zet de reservekopien
   met Backup terug in het gecomprimeerde station. Als de schijfruimte
   opnieuw vol raakt, herhaalt u de stappen 5 tot en met 7 tot het
   gecomprimeerde station groot genoeg is.

7.9 Windows geeft het volgende bericht weer: "Het permanente
    wisselbestand is beschadigd"
----------------------------------------------------------------------
Al u een permanent wisselbestand van Windows gebruikt, moet dit op
een niet-gecomprimeerd station staan. Als het permanente wissel-
bestand van Windows in een gecomprimeerd station staat, wordt het
bericht "Het permanente wisselbestand is beschadigd" weergegeven als
u Windows start.

Als u DriveSpace installeert, zoekt het Setup-programma van
DriveSpace naar een permanent wisselbestand van Windows. Als een dergelijk
bestand wordt gevonden, wordt het door DriveSpace Setup naar het 
niet-gecomprimeerde station verplaatst. Als u echter Windows installeert 
na DriveSpace, of als u het Configuratiescherm gebruikt om de lokatie 
van het permanente wisselbestand te wijzigen, kan uw wisselbestand op 
een gecomprimeerd station terecht komen. (Bij het opgeven van een 
station voor het permanente wisselbestand, geeft Windows namelijk de 
mogelijkheid een gecomprimeerd station te kiezen.)

U verplaatst het permanente wisselbestand op de volgende wijze naar een
niet-gecomprimeerd station:

1. Start Windows.

2. Beantwoord in het scherm "Permanent wisselbestand is beschadigd"
   de vraag "Wilt u dit wisselbestand verwijderen?" met Ja. 
   Druk vervolgens op ENTER.

3. Open het Configuratiescherm en dubbelklik op het pictogram 386 Enhanced.

4. Kies de knop Virtueel geheugen. Er wordt een dialoogvenster
   weergegeven met de mededeling dat het beschadigde wisselbestand
   is gevonden en de vraag of u de bestandsgrootte op 0 wilt instellen.

5. Kies de knop Ja. Er wordt weer een dialoogvenster Virtueel geheugen
   weergegeven.

6. Kies de knop Wijzigen. De instellingen voor het wisselbestand worden
   weergegeven.

7. Selecteer in de keuzelijst "Station" een station dat niet is
   gecomprimeerd. Selecteer "Permanent" in de keuzelijst "Type".

   Als er in het niet-gecomprimeerde station onvoldoende vrije ruimte
   is om een permanent wisselbestand te maken, maakt u een 
   tijdelijk wisselbestand in het gecomprimeerde of niet-gecomprimeerde
   station. (Zie sectie 7.7 voor informatie over het vrijmaken van ruimte
   in een niet-gecomprimeerd station.)

   Wanneer u alle instellingen voor het wisselbestand hebt opgegeven, 
   kiest u tweemaal OK en volgt u de aanwijzingen op het scherm.

7.10 EXTDISK.SYS geeft een waarschuwing weer over stations-
    aanduidingen.
----------------------------------------------------------------
Als u DriveSpace op een Compaq-computer gebruikt en het bestand
CONFIG.SYS het stuurprogramma EXTDISK.SYS laadt, geeft EXTDISK.SYS
bij het laden het volgende bericht weer:

WAARSCHUWING: EXTDISK.SYS is niet het eerste stuurprogramma dat stations-
	    aanduidingen kan toewijzen. Fysieke aanduidingen voor het
	    vaste-schijfstation hoeven niet opeenvolgend te zijn.

Het stuurprogramma EXTDISK.SYS werkt nog steeds goed. Dit bericht
wordt alleen weergegeven omdat het stuurprogramma aanneemt dat het de
eerste module is die stationsaanduidingen kan toekennen. Omdat
DRVSPACE.BIN wordt geladen voor het bestand CONFIG.SYS en daarbij
enkele stationsaanduidingen toekent, is EXTDISK.SYS niet meer de eerste.
(EXTDISK.SYS geeft dit bericht weer, ongeacht wanneer het stuurprogramma
voor DRVSPACE.SYS in het bestand CONFIG.SYS wordt geladen.)

7.11 U hebt een speciaal stuurprogramma nodig voor het opstartstation
----------------------------------------------------------------------
Als voor het opstartstation een stuurprogramma nodig is
in het bestand CONFIG.SYS, kunt u dat station beter niet comprimeren.
Als u dit toch doet, zult u merken dat de computer niet goed start, omdat
DriveSpace geen toegang kan krijgen tot het opstartstation. (Dit komt omdat
MS-DOS DRVSPACE.BIN laadt, het deel van MS-DOS dat toegang geeft tot ge-
comprimeerde stations, voordat een van de stuurprogramma's in CONFIG.SYS
wordt gestart.)

Als u DriveSpace wilt installeren op een computer met een opstartstation
waarvoor een speciaal stuurprogramma is vereist, gebruikt u DriveSpace
Setup om een ander station te comprimeren dan het opstartstation, of maakt u
met DriveSpace Setup een nieuw gecomprimeerd station, waarbij u de vrije
ruimte op een willekeurig bestaand station gebruikt.

7.12 Het defragmenteren van niet-gecomprimeerde stations na het wijzigen
     van bestandskenmerken
-------------------------------------------------------------------------
U kunt zonder risico zowel de gecomprimeerde als de niet-gecomprimeerde
stations defragmenteren met behulp van Microsoft Defragmenter of een
ander defragmentatieprogramma, zolang u de kenmerken van de gecompri-
meerde volumebestanden niet wijzigt.

WAARSCHUWING Als u kenmerken van een gecomprimeerd volumebestand wijzigt en
	vervolgens het niet-gecomprimeerde station defragmenteert zonder
	de gecomprimeerde stations te ontkoppelen, kunt u gegevens verliezen.

Als u het niet-gecomprimeerde station geheel wilt defragmenteren, moet u
eerst alle gecomprimeerde stations in het niet-gecomprimeerde station
ontkoppelen, de kenmerken van deze stations verwijderen en dan Defragmenter
of een andere defragmentatieprogramma gebruiken.

7.13 Bestanden die niet door DriveSpace kunnen worden gecomprimeerd
--------------------------------------------------------------------
Sommige bestanden (zoals ZIP-bestanden) zijn reeds gecomprimeerd.
DriveSpace kan dergelijk bestanden meestal niet nog verder
comprimeren.

Versleutelde gegevensbestanden, zoals het MMF-bestand van Microsoft Mail 3.0, 
kunnen niet worden gecomprimeerd en worden in niet-gecomprimeerde vorm
opgeslagen, ook al bewaart u dergelijke bestanden op een gecomprimeerd
station.

U kunt niet-comprimeerbare bestanden ook op een niet-gecomprimeerd station
opslaan in plaats van op een gecomprimeerd station. Dit kan soms de
snelheid van het systeem ten goede komen.


7.14 Er is te weinig geheugen voor Microsoft Defragmenter terwijl u een
     station aan het comprimeren bent
------------------------------------------------------------------------
Als Defragmenter onvoldoende geheugen heeft terwijl u een station
aan het comprimeren bent, sluit u DriveSpace af en voert u de procedure
uit die beschreven staat in sectie 5.4 van dit bestand. 

Als Defragmenter hierna nog steeds niet voldoende geheugen heeft,
kan het zijn dat er te veel bestanden op de vaste schijf staan,
waardoor Defragmenter ze niet kan bewerken. In dat geval kunt u
enkele bestanden verwijderen of op een diskette of netwerkstation
zetten.

7.15 DriveSpace en PC-Vault
----------------------------
Zie sectie 6.10.

7.16 Maximale omvang van een gecomprimeerd station
--------------------------------------------------
De maximale omvang van een door DriveSpace gecomprimeerd station is
512 MB. Als u bijvoorbeeld een station van 600 MB comprimeert,
is het gevormde DriveSpace-station niet groter dan 512 MB. U kunt de
rest van het station comprimeren door DriveSpace uit te voeren en 
Nieuw station maken in het menu Comprimeren te kiezen. Maak het
nieuwe gecomprimeerde station zo groot mogelijk. (Als het station
zeer groot is, kan het nodig zijn om meerdere nieuwe stations te maken
om het gehele station te comprimeren.)

7.17 DriveSpace kan een station niet koppelen door problemen met het station
-----------------------------------------------------------------------------
Als het bericht "DriveSpace kan station X niet koppelen vanwege problemen
met het station" wordt afgebeeld als u de computer start (waarbij X de
stationsaanduiding weergeeft), zijn er problemen met de interne organisatie
van het station, waardoor dit niet kan worden gebruikt. DriveSpace slaat
elk gecomprimeerde station op in een speciaal bestand dat het gecomprimeerde
volumebestand (CVF) wordt genoemd. Het CVF is een bestand met de
kenmerken Verborgen, Systeem en Alleen-lezen en bevindt zich op
een niet-gecomprimeerd station.

Als u het gecomprimeerde station weer wilt gebruiken, moet u het
programma ScanDisk uitvoeren op het gecomprimeerde volumebestand
van dit station en dan de computer opnieuw starten. Bij de foutmelding
wordt de naam van het gecomprimeerde volumebestand weergegeven
waarop u ScanDisk moet uitvoeren (bijvoorbeeld C:\DRVSPACE.000).

U lost dit probleem als volgt op voor een gecomprimeerd station anders dan
station C:

  o  Typ de SCANDISK-opdracht die wordt aangegeven in de foutmelding
     van DriveSpace, bijvoorbeeld SCANDISK D:\DRVSPACE.001. 
     (Zie de volgende procedure als MS-DOS het programma ScanDisk niet
     kan vinden.)

U kunt dit probleem als volgt oplossen voor het gecomprimeerde station C.
U gebruikt deze procedure ook als MS-DOS het programma ScanDisk niet
kan vinden:

1. Plaats Setup-diskette 1 in station A (of B) van de computer.

2. Maak dit station het huidige station. 

3. Start ScanDisk door de opdracht SCANDISK te typen zoals aangegeven in de
   foutmelding van DriveSpace (bijvoorbeeld SCANDISK C:\DRVSPACE.000.)
   Als ScanDisk dialoogvensters afbeeldt waarin problemen worden beschreven,
   kiest u de knop Herstellen.

4. Als ScanDisk gereed is, verwijdert u de diskette en start u de computer
   opnieuw.

7.18 DriveSpace voltooit de installatieprocedure, maar u kunt geen toegang
     krijgen tot de Hardcard
----------------------------------------------------------------------------
Zie sectie 4.2, deel C.

7.19 U krijgt een waarschuwingsbericht van DoubleGuard
------------------------------------------------------
Als er een waarschuwingsbericht van DoubleGuard wordt weergegeven, heeft
DoubleGuard een fout gevonden in het geheugen dat door DriveSpace wordt
gebruikt. Deze fout is veroorzaakt door een toepassing. DoubleGuard stopt
uw computer om verdere beschadiging van de gegevens te voorkomen.

Normaal heeft elk programma een eigen gebied in het geheugen, en gebruikt
het geen geheugen dat al wordt gebruikt door een ander programma.
Bepaalde programma's hebben echter fouten waardoor ze geheugen
gebruiken dat aan een ander programma toebehoort. Als een dergelijk
programma geheugen gebruikt dat toebehoort aan DriveSpace, kan
zo'n programma de gegevens overschrijven die door DriveSpace 
worden opgeslagen. Omdat de gegevens die door DriveSpace in het
geheugen worden opgeslagen in het algemeen de bestanden betreffen
die u nu gebruikt, kunnen uw gegevens worden beschadigd. 

DoubleGuard, het beveiligingsprogramma van DriveSpace, controleert
of andere programma's gebruik maken van de geheugenruimte van 
DriveSpace. In dat geval wordt de computer onmiddellijk uitgeschakeld
om de kans op gegevensverlies zo klein mogelijk te maken. 
(Wanneer u de schijf blijft gebruiken, kunt u enkele of alle gegevens
op het station verliezen, aangezien de gegevens die DriveSpace in het
geheugen heeft, waarschijnlijk ongeldig zijn vanwege de schade veroorzaakt
door het andere programma.)
Als u een waarschuwingsbericht van DoubleGuard krijgt, doet u het volgende:

1. Start de computer opnieuw door uw computer uit en weer aan te zetten.

2. Typ achter de DOS-aanwijzing het volgende:

     SCANDISK /ALL

   Hiermee wordt ScanDisk uitgevoerd in alle stations om alle
   problemen op te sporen en te verhelpen die kunnen zijn
   veroorzaakt door het programma dat inbreuk maakte op
   het geheugen van DriveSpace. 

3. Noteer welk programma eventueel actief was toen
   DoubleGuard het waarschuwingsbericht gaf. Waarschijnlijk (maar niet
   zeker) is het desbetreffende programma verantwoordelijk voor deze
   waarschuwing. Als DoubleGuard vaker waarschuwingen geeft, 
   noteert u wat u aan het doen was en probeert u hier een patroon
   in te vinden.

7.20 Een gecomprimeerd station is te gefragmenteerd om te worden gekoppeld
--------------------------------------------------------------------------
Als het bericht "Gecomprimeerd station X is te gefragmenteerd om te koppelen"
(waarbij X de stationsaanduiding is) wordt weergegeven als u de 
computer start, of als DriveSpace het bericht "het bestand X:\DRVSPACE.nnn
is te gefrgamenteerd om te koppellen" weergeeft, kan DriveSpace het station
niet koppelen omdat het gecomprimeerde volumebestand in te veel 
fragmenten is opgeslagen op de vaste schijf. (DriveSpace slaat elk
gecomprimeerde station op in een speciaal bestand, een zogenaamd
gecomprimeerd volumebestand of CVF. Het CVF is een bestand met
de kenmerken Verborgen, Systeem en Alleen-lezen. Het wordt opgeslagen
in een niet-gecomprimeerd station.) 

U kunt dit probleem verhelpen door de waarde van de instelling MaxFileFragments
in het bestand DRVSPACE.INI te vergroten. DriveSpace geeft deze berichten
weer omdat het aantal fragmenten waarin het CVF is opgeslagen groter
is dan deze waarde. Voer de volgende stappen uit:

1. Maak de hoofddirectory van het opstartstation de huidige directory. 
   (Als uw opstartstation gecomprimeerd is, maakt u het host-station hiervan
   het huidige station.)

2. Typ de volgende opdracht achter de opdrachtaanwijzing:

     TYPE DRVSPACE.INI

3. Noteer de huidige waarde van de instelling MaxFileFragments.

4. Gebruik de opdracht DRVSPACE /MAXFILEFRAGMENTS om een hogere waarde
   op te geven. Als de waarde van MaxFileFragments 128 is, kunt u
   bijvoorbeeld de volgende opdracht typen:

     DRVSPACE /MAXFILEFRAGMENTS=200

5. Start de computer opnieuw. Vermoedelijk is DriveSpace nu wel in staat om
   het station te koppelen. 

Als DriveSpace nog steeds niet in staat is het station te koppelen, voert u
de volgende stappen uit:

1. Voer ScanDisk uit om de betrouwbaarheid van de vaste schijf te controleren.
   U typt hiervoor achter de opdrachtaanwijzing:

      SCANDISK /ALL /SURFACE

2. Start de computer opnieuw. Als DriveSpace het station nog steeds niet kan
   koppelen, gaat u door met stap 3. 

3. Verwijder de kenmerken Alleen-lezen, Systeem en Verborgen van het bestand
   DRVSPACE.<XXX>. Als dit bijvoorbeeld het bestand H:\DRVSPACE.000 is,
   typt u achter de opdrachtaanwijzing het volgende:

       ATTRIB H:\DRVSPACE.000 -R -S -H

4. Voer Microsoft Defragmenter uit door achter de opdrachtaanwijzing
   DEFRAG te typen. 

5. Gebruik de opdracht ATTRIB om de kenmerken van het bestand DRVSPACE.<XXX>
   weer te herstellen. Als dit bijvoorbeeld het bestand H:\DRVSPACE.000 is,
   typt u achter de opdrachtaanwijzing het volgende:

       ATTRIB H:\DRVSPACE.000 +R +S +H

6. Start de computer opnieuw. Vermoedelijk is DriveSpace nu wel in staat om
   het gecomprimeerde station te koppelen. 

7.21 Het bericht "Uw computer is gestart met een incompatibele versie 
     van DBLSPACE.BIN" wordt afgebeeld
---------------------------------------------------------------------
Als u de MS-DOS 6-versie van DBLSPACE.EXE probeert te gebruiken met 
MS-DOS 6.2, wordt het volgende bericht afgebeeld:

  Uw computer is gestart met een incompatibele versie van DBLSPACE.BIN.
  U moet DBLSPACE.BIN bijwerken in dehoofddirectory van station @.

Het versienummer van DBLSPACE.EXE komt niet overeen met dat van 
DBLSPACE.BIN van MS-DOS 6.2. Om dit probleem te verhelpen moet u
het bestand DBLSPACE.EXE bijwerken. 

Als u MS-DOS 6.22 Setup uitvoert, wordt het bestand DBLSPACE.EXE
bijgewerkt in de directory die de MS-DOS-bestanden bevat. Als er andere
exemplaren van het bestand DBLSPACE.EXE op de schijf staan, bijvoorbeeld
in de hoofddirectory van het host-station, worden deze niet door Setup
bijgewerkt. U kunt deze exemplaren van het bestand zelf bijwerken door
met behulp van de opdracht COPY /Y de MS-DOS 6.22-versie van 
DBLSPACE.EXE over deze oudere versies heen te kopiren.
(De MS-DOS 6.22-versie van DBLSPACE.EXE staat in de directory die
de MS-DOS-bestanden bevat.)

7.22  De opdracht DRVSPACE gebruiken na DRVSPACE.BIN overgeslagen te hebben
------------------------------------------------------------- -------------
Als u DRVSPACE.BIN overslaat wanneer u uw computer start (door op CTRL+F5
of CTRL+F8 te drukken), werkt de opdracht DRVSPACE wellicht niet zoals 
verwacht:

 * Gewoonlijk, als DriveSpace is genstalleerd, start u het DriveSpace- 
   programma door DRVSPACE te typen. Echter, wanneer u DRVSPACE typt als 
   DRVSPACE.BIN niet is geladen, start DriveSpace Setup. 
   Sluit DriveSpace Setup af als dit gebeurt. 

 * Wanneer u de opdracht DRVSPACE /MOUNT typt, geeft het aan dat er geen
   stationsletters meer beschikbaar zijn voor DriveSpace. (DriveSpace kan 
   een gecomprimeerd station niet koppelen, tenzij DRVSPACE.BIN is geladen.)

Om DriveSpace of uw gecomprimeerde stations te gebruiken, start u uw 
computer opnieuw op zonder DRVSPACE.BIN over te slaan.


7.23  De schrijfbescherming verwijderen van een gecomprimeerde diskette
-----------------------------------------------------------------------
Wanneer u een gecomprimeerde diskette gebruikt die tegen schrijven is 
bescherming and Automatisch koppelen wordt geactiveerd, blijft de diskette
tegen schrijven beschermd totdat deze wordt ontkoppeld, zelfs als u de
schrijfbeschermingstab verwijdert.

U verwijdert de schrijfbescherming met behulp van een van de volgende 
methoden:

 * Ontkoppel de diskette met de opdracht DRVSPACE /UNMOUNT, en probeer 
   vervolgens de diskette opnieuw te gebruiken (hierdoor wordt deze
   automatisch opnieuw gekoppeld). Bijvoorbeeld, als de diskette is geplaatst
   in station B, typt u DRVSPACE /UNMOUNT B: en vervolgens probeert u de 
   diskette opnieuw te gebruiken. 
   (Als Windows wordt uitgevoerd, kunt u de opdracht DRVSPACE /UNMOUNT niet
   gebruiken. In dat geval, gebruikt u de volgende methode.)

 * Plaats een andere diskette in het station en schakel daar naar over 
   (bijvoorbeeld met de opdracht DIR). Dit ontkoppelt automatisch de
   gecomprimeerde diskette die eerder in het station was geplaatst.
   Plaats vervolgens de gecomprimeerde diskette opnieuw en probeer deze
   opnieuw te gebruiken (hierdoor wordt deze automatisch opnieuw gekoppeld).

OPMERKING  Als u DriveSpace gebruikt en een niet-geconverteerde 
	   DoubleSpace-diskette koppelt, wordt de diskette gekoppeld
	   met beveiliging tegen schrijven. De enige manier om de
	   schrijfbeveiliging op zulke diskettes te verwijderen, is
	   door deze te converteren naar DriveSpace-indeling; zie voor
	   meer informatie de sectie 7.1.

7.24 Automatisch koppelen en Norton Disk Cache7.24
--------------------------------------------------
Als u een Norton schijf-caching hulpprogramma gebruikt zoals
Norton Cache (NCACHE2.EXE) of Norton Speedrive (SPEEDRV.EXE)
zorg er dan voor dat het hulpprogramma geladen wordt na de
opdracht DEVICE voor DRVSPACE.SYS. Als u n van deze
hulpprogramma's laadt voor DRVSPACE.SYS, werkt Automatisch
koppelen in DriveSpace niet.

7.25 Terugzetprogramma's en DriveSpace
---------------------------------------
DriveSpace kan geen stations comprimeren of decomprimeren als er een
terugzetprogramma (zoals Microsoft Undelete of SmartCan van Norton)
actief is. Als u een station wilt comprimeren of decomprimeren, moet u
het terugzetprogramma tijdelijk uitschakelen. Hiervoor voert u de volgende
stappen uit:

1. Wis eventueel eerder verwijderde bestanden om schijfruimte te bewareren.
   Als u Microsoft Delete Sentry gebruikt, typt u het volgende achter de
   opdrachtaanwijzing:

   UNDELETE /PURGE

   Voer deze opdracht uit op ieder station dat u wilt comprimeren of
   decomprimeren. Als een stations wilt decomprimeren, moet u ook verwijderde
   bestanden wissen van het host-station van dat station. U wist verwijderde
   bestanden van een station dat niet het huidige station is door de
   stationsaanduiding op te geven achter de opdracht UNDELETE /PURGE
   (bijvoorbeeld UNDELETE /PURGE E:).

   Als u een ander terugzetprogramma gebruikt, raadpleegt u de documentatie
   bij dat programma voor informatie over het wissen van verwijderde
   bestanden.

2. Open het bestand AUTOEXEC.BAT met een editor en gebruik de opdracht REM
   om de opdracht uit te schakelen waarmee het terugzetprogramma wordt
   gestart. (Als u bijvoorbeeld Delete Sentry gebruikt, moet u de opdracht
   UNDELETE /S uitschakelen.)

3. Start uw computer opnieuw op.

4. Probeer het station opnieuw te comprimeren of decomprimeren.

5. Als u klaar bent met het comprimeren of decomprimeren, opent u het bestand
   AUTOEXEC.BAT met een editor, schakelt u de opdracht waarmee het terugzet-
   programma wordt gestart weer in en start u uw computer opnieuw op.

7.26  Een noodopstartdiskette maken voor DriveSpace-systemen
------------------------------------------------------------
Volg onderstaande instructies om een MS-DOS 6.22 opstartdiskette te maken
als u DriveSpace gebruikt"

1. Als u een update uitvoert van MS-DOS 6, moet u MS-DOS 6.22 installeren
   in de directory die de vorige versie van MS-DOS bevat.

2. Om een opstartdiskette te maken, voert u Setup opnieuw uit door de 
   volgende opdracht op te geven:

   SETUP /F

   Setup installeert MS-DOS 6.22 op de diskette. Het bestand DRVSPACE.BIN
   bevindt zich niet op deze opstartdiskette, aangezien MS-DOS 6.22 geen
   DriveSpace bevat.

3. Voeg het bestand DRVSPACE.BIN toe door dit te kopiren van de directory
   met de MS-DOS-bestanden. Als C:\DOS de MS-DOS-directory is en de diskette
   zich in station A bevindt, typt u bijvoorbeeld:

   COPY C:\DOS\DRVSPACE.BIN A:

Opmerking:  Als u een upgrade van MS-DOS 6 uitvoert en naar de diskette
	    moet installeren zonder dat u MS-DOS 6.22 eerst op de vaste 
	    schijf installeert, kunt u stap 1 overslaan. In dit geval
	    bevat de opstartdiskette die u maakt echter MS-DOS 6 DoubleSpace
	    in plaats van MS-DOS 6.2 DoubleSpace. Als u de computer met 
	    zo'n opstartdikette start, wordt er een bericht weergegeven van
	    DoubleSpace. Druk op ENTER om door te gaan.
	    
7.27  Als Scandisk een DoubleSpace-volumebestand niet kan controleren of
      herstellen
------------------------------------------------------------------------
MS-DOS 6.22 ScanDisk kan DoubleSpace-stations en volumebestanden alleen
controleren als DoubleSpace is genstalleerd. Als u een DoubleSpace-
volumebestand probeert te controleren of te herstellen en het bestand
DBLSPACE.BIN is niet in het geheugen geladen, zal ScanDisk een bericht 
weergeven dat hierop lijkt:

   ScanDisk kan DoubleSpace-volumebestand C:\DBLSPACE.001 niet controleren  
   of herstellen

Mogelijke oorzaken voor dit probleem zijn:

 *  U hebt een upgrade naar MS-DOS 6.22 uitgevoerd van MS-DOS versie 5 of
    eerder. In dit geval kunt u ScanDisk niet gebruiken om DoubleSpace-
    stations te controleren.

 *  DoubleSpace is wel genstalleerd op uw systeem, maar u hebt de computer
    gestart vanaf een diskette of door op CTRL+F5 of CTRL+F8 te drukken.
    Verwijder in dit geval de diskettes uit de stations, start de computer
    opnieuw op en probeer ScanDisk nogmaals uit te voeren.

Als DoubleSpace niet is genstalleerd, hebt u DBLSPACE.BIN nodig om het 
Doublespace-station te controleren.

U laadt DoubleSpace op de volgende manier:

1.  Typ de volgende opdracht achter de DOS-aanwijzing en druk op ENTER:

	REM >> C:\DBLSPACE.INI

    Als het bestand DBLSPACE.BIN nog niet bestaat, wordt het met deze
    opdracht gemaakt.

2.  Start de computer opnieuw op en probeer ScanDisk nogmaals uit te voeren.

3.  Als DoubleSpace niet werd geladen, moet u het bestand DBLSPACE.BIN van 
    MS-DOS-directory naar de hoofddirectory van station C kopiren. Als 
    uw MS-DOS-bestanden bijvoorbeeld in de directory C:\DOS staan, typt u 
    het volgende:

	COPY C:\DOS\DBLSPACE.BIN C:\

4.  Start de computer opnieuw op en probeer ScanDisk nogmaals uit te voeren.

5.  Als DoubleSpace niet werd geladen, kunt u proberen om het bestand
    DBLSPACE.BIN te kopiren van MS-DOS 6.2 Setup diskette 1 of van de 
    Uninstall-diskette die u hebt gemaakt toen u een upgrade uitvoerde
    van MS-DOS 6 of 6.2. Als de diskette zich bijvoorbeeld in station A
    bevindt, typt u:

	 COPY A:\DBLSPACE.BIN C:\

6.  Start de computer opnieuw op en probeer ScanDisk nogmaals uit te voeren.

